Pendrechtse poldermolen, nu aan de Charloisse Lagendijk, in september 2000....

Rubriek Index

Oorspronkelijk stond deze poldermolen - gesticht in 1731 - in alle landelijke rust en een serene stilte, in de polder Charlois, een stukje ten zuidwesten van de huidige kruising van de Groene Kruisweg met het Metroviaduct en de Botlek-spoorweg (de olielijn).
Tot 1910 stond er vlak tegenover de molen, aan dezelfde boezem (de Koedood) een gelijke molen, die de polder het Buitenland van Rhoon bemaalde.
Deze molen werd echter in 1910 gesloopt en onderdelen ervan werden in 1912 gebruikt bij de nieuwbouw van de nog bestaande korenmolen van Oisterwijk.
Goed, vanaf 1910 stond onze molen daar in de weilanden als een eenzame wachter. Alex herinnert zich uit die tijd, toen hij nog heel jong was (ja, ja, opa, vertel es!) dat, als ze 's zondagsmiddags terug kwamen van Rockanje, die molen betekende: "bijna thuis".
Hij zat dan op het kinderzitje achter op zijn moeders Berini en het laatste stukje naar z'n speelgoedkast leek 'm eindeloos te duren .... vooral als 't weer eens regende.
Toen de autosnelweg naar de Europoort eenmaal was aangelegd, stond die eens zo geïsoleerde molen ineens met beide benen midden in de drukke wereld.
Je kon 'm vanaf de snelweg bewonderen, hij stond er net vijftig meter vandaan. Vervolgens kwam het industrieterrein bij de afslag Rhoon en toen moest die molen weg, want hij stond in de weg voor een bandenhandel, of zo.

De overplaatsing geschiedde. Het was een spectaculair transport. Er werd een betonnen plaat onder de molen gestort en hij is in z'n geheel opgetild, op een wagen neergezet en weggereden.
De huidige plaats leek beter, het Clara Kinderbos, tussen Smitshoek en de Zuidwijk-overgang in de olielijn. De hele benodigde infrastructuur (boezems, molenbult) werd aangelegd en de molen kon hier veilig worden neergevlijd.
Hij staat nu een kleine honderd meter van de snelweg en je kunt 'm nog steeds goed zien vanaf die weg. Niet lang meer, want de olielijn moet een Betuwelijn worden en er komt tussen de molen en de snelweg een joekel van een spoordijk te lopen.
Jakkes nog toe, is er dan niks heilig? Moet die arme ziel dan helemaal uit mekaar trillen door het geratel en gedonder van veel te dichtbij langslopende treinen? Het antwoord is duidelijk, ja.
Want wat kan ons zo'n malle molen nou toch schelen?

Een studioportret, maar dan wel in het open veld. Wat een schatje, vind je niet?
Ze draagt haar 269 jaren, minimaal twee restauraties en een overplaatsing gracieus en met ere.
Op de voorgrond de bovenboezem; op de achtergrond enige bebouwing aan de Charloisse Lagendijk.

Om de een of andere reden zie je dit niet zo vaak, zo'n zijaanzicht van een draaiende molen.
De wieken zijn met de zeilen bespannen en de molen maakte een bescheiden gangetje.
Er was ook niet veel wind, niet genoeg in ieder geval om werkelijk het scheprad in te kunnen schakelen. De molen draaide dus onbelast.
Imposant gezicht, die rondzwierende wieken. Imposant geluid ook, zoevend. Het luik middenin de molenromp, onderaan, geeft toegang tot de schepradkamer.
Hier draait (als het ingeschakeld is tenminste) het scheprad om water van de benedenboezem (rechts) naar de hoger liggende bovenboezem (links) te pompen.

Een zicht door het zojuist genoemde luik op het scheprad. De houten borden worden in de juiste stand gehouden met ijzeren ringen.
Zie je dat er van het bord net rechts van het midden een hoek afgeslagen is? Waarschijnlijk een dikke tak in het aanvoerkanaal terecht gekomen.
De ringen worden gesteund op vier spaken, tangentieel aan de vierkante houten radas.
De spaken worden met ijzeren trekankers bijeen gehouden en het wiel is met houten wiggen op de as gespied. Zo kan het zo goed mogelijk worden uitgericht.
De buitendiameter is 4,8 meter. In het uiteinde van de radas is een ijzeren taats ingelaten, die in een lagerblok loopt.
Dat blok zien we onderin de foto.
Deze bouwwijze van een scheprad vind je letterlijk terug op prenten in Encyclopedieën en Molen-handboeken uit de achttiende eeuw. Grappig, niet?
Je ziet bij de bovenrand van de foto de betonplaat die nodig was voor het transport van de molen.

De benedenboezem met toevoerkanaal.
Je ziet het vangrooster dat moet voorkomen dat er grof vuil in het kanaal terecht komt.
Mooi gemetseld boogfrontje en houten damplanken in het talud aan weerszijden.
De deur in de molenromp komt uit op de molenaarskajuit.
Een klein hokje met kachel, bureautje, olielamp, een stoel, wat kastjes - alles wat nodig is om de molenaar het leven te veraangenamen.
Het was best een eenzaam beroep, poldermolenaar.

De bovenzijde van de molen met afloopkanaal. Je ziet dat het kanaal in beton is uitgevoerd, oorspronkelijk was dat natuurlijk metselwerk.
Beton is een heel stuk duurzamer .... In de molenromp is een sleuf uitgespaard, die afgedekt is met planken.
Per slot van rekening moet dat scheprad wel in de molen aangebracht kunnen worden.
Zie je hoe breed de top van zo'n wiek eigenlijk wel is? Aan de slibrand op de damplanken kun je zien, dat het waterpeil in de bovenboezem tamelijk laag staat.
Ware er genoeg wind geweest, dan hadde de molen nuttig werk kunnen verrichten. Maar er was niet genoeg wind.

De molenkap in wat meer detail. Roodgeverfd is de gietijzeren bovenas, gegoten in 1859 bij F.J. Penn & Comp. te Dordrecht.
De as is in totaal 4 meter en 89 cm lang. De roeden zijn vastgespied in de roedeboxen.
Je ziet dat er, net als bij het scheprad, meer wiggen worden gebruikt om de zaak te kunnen stellen.
De molen is voorzien van zogenaamde Dekkerwieken, oorspronkelijk aangebracht in 1932 en bij een eerdere restauratie in 1960 weer verwijderd.
Bij de laatste restauratie zijn ze weer terug gekomen.
Bij een Dekkerwiek is de roede bekleed met metalen platen, die zo gebogen zijn dat de dwarsdoorsnede van de wiek een redelijk correct vleugelprofiel vertoont.
Hierdoor neemt de aerodynamische weerstand af en de lift toe - en dat betekent dat de molen een groter vermogen opwekt en al bij lichtere wind wil draaien.
De vlucht van de wieken is 21,75 meter, tussen haakjes.

Tot slot geven we twee unieke foto's, gemaakt op 7 april 1973 door Bas Koster, vlak na die beruchte storm.
Je ziet dat het complete rietdek en ook de meeste rietlatten van de kap gewaaid zijn.
Zo heb je natuurlijk wel een prima zicht op het gaande werk, dat normaal onder de molenkap verborgen is .... Maar "horen" doet het niet.

Rotterdam toen en nu