|
"De
Zandweg" aan de Kromme
Zandweg, ten westen van de Groene
Kruisweg, september 2000 |
|
Rubriek
Index |
|
De molen "De Zandweg" in
Charlois dateert uit 1723, blijkens een gevelsteen die boven de
dubbele deuren is ingemetseld.
Het is een ronde stenen stellingmolen, met een rechte
(ongetailleerde) romp, een bovenkruier.
Hij is mooi gerestaureerd en staat loopklaar. Dat is niet steeds zo
geweest .... |
|
 |
We
staan in het park aan de zuidzijde van het oude riviertje de Waal.
Op de tegenoverliggende oever met een landelijke rij knotwilgen, de
Kromme Zandweg, die hier tussen haakjes kaarsrecht is; en ook geen
zandweg meer.
Stil spiegelt zich het molenschoon in het bekroosde water in dit
dubbelportret. |
|
|
|
Al aan
het begin van de 20e eeuw raakte "De Zandweg" in verval.
De gemeente Rotterdam kocht hem in 1959 in desolate toestand aan.
Vervolgens werd hij gerestaureerd.
Dat geschiedde met de gelden, die de gemeente uitgekeerd had
gekregen van de Brandverzekering, na de brand van de molen "De
Noord" op het Oostplein.
Die brandde in 1954 af, maar het duurde nogal even voor de
maatschappij met de poen over de brug kwam. |
|
 |
We
staan nu op de Kromme Zandweg, even ten westen van de molen, en
kijken naar het noordoosten.
Rechts net buiten de foto, de Waal. Links zie je het molenaarshuis
boven de bomen uitpiepen.
Ga je de Kromme Zandweg op, richting Groene Kruisweg, dan kom je
links een druk parkeerterreintje tegen en rechts het kasteeltje "De Oliphant". |
|
 |
We
zijn inderdaad een stukje naar het oosten gewandeld, de molen
voorbij, en kijken nu terug naar het noordwesten.
Zie je dat de molenromp voor ongeveer de helft witgepleisterd is? |
|
|
|
De
restauratie ving aan in 1960 en werd voltooid in 1962.
Het was een flinke klus, want na al die jaren van verwaarlozing
moesten de balie, de kap en de wieken geheel vernieuwd worden.
In 1969 werd vol tevredenheid in het "Rotterdams Jaarboekje"
geschreven: "De molen is thans in vol bedrijf. Op de begane grond de
Grutterij De Driekleur."
Daar kon je van die rood-wit-blauwe pakken steengemalen bakmeel
kopen.
Inmiddels is de molen niet meer in vol (commercieel) bedrijf, maar
gelukkig wordt hij nog wel minstens elke zaterdag, zoals Bas dat
formuleert: ".... door een Schiedams molenmaatje, in Schiedam
beroeps, hier vrijwilliger, bemand en bedraaid".
Oh, en over dat bepleisterd zegt Bas: "Pleisteren van een stenen
molenromp over de zuidwest-zijde werd vrij veel gedaan; het dient om
regendoorslag zoveel mogelijk te beperken.
Dat is een euvel waar nogal wat molens last van hebben, ondanks dat
"uitwaterend" werd gebouwd. Vooral nieuw metselwerk heeft er last
van.
Naarmate de specie verder verhardt, vermindert de doorslag, maar
helemaal weg gaat het nooit. Molens werden trouwens om die reden ook
wel geteerd." |
|
 |
De
molenaarswoning, aan de noordwestzijde van de romp, ligt tamelijk
somber in de schaduw en wordt bijna overwoekerd door het groen.
De romp is van een opvallende kleur baksteen gemetseld, geel van
tint. Dat ziet er heel wat vrolijker uit. |
|
|
|
Bij de
herbouw van 1960-1962 werd de molen voorzien van wieken volgens het
systeem Fauël.
Gunstig voor een molen die dagelijks bedreven moet worden. We weten
eigenlijk niet, waarom de commerciële uitbating is stopgezet.
Onvoldoende belangstelling voor het meel? Raar hoor. Iedereen heeft
tegenwoordig toch zo'n broodbakmachine in de keukenkast staan? |
 |
|
De
fraai uitgewerkte, donkergroen geschilderde en wit-bebiesde baard
van de molenkap met het stichtingsjaartal en de naam erop. |
 |
|
Op
deze steen boven de toegangsdeuren zien we het wapen van Charlois en
lezen we de tekst: "Den eersten steen is geleyt so men seyt door
Dirck Gerrets Buisert op den 18 april anno 1723 - ADW / CDW". |
|
|
|
Voegen we
tenslotte nog wat technische gegevens toe. De vlucht is 22,75 meter.
De gietijzeren bovenas werd in 1846 gegoten, bij het Établissement
Fijenoord van de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij.
Hij heeft een lengte van 4,60 meter. De kap van de molen draait
niet, zoals gebruikelijk, op rollen maar op acht gietijzeren "glijers"
met een binnenflens.
Die glijers glijden over een stalen ring, die boven op het
metselwerk van de romp is gesteld. Dat primitief mechanisme kruit
onmenselijk zwaar.
Bas vertelt hierover uit eigen herinnering:
.... in de laatste jaren 1960 draaide ik op zaterdagmiddagen vrij
regelmatig met de molen.
Oh wee, als de wind ging draaien en je moest gaan kruien. Je stond
dan hevig te rukken en te hengsten aan het kruirad, tot al het
balkwerk kraakte.
Soms was de staart enkele decimeters verdraaid (!) voordat de kap
losschoot en meeging.
Er was één voordeel: de kap blijft tijdens het draaien van de molen
als een blok liggen, een kap op rollen wil nog weles liggen
"raggen".
Overigens, de wieken draaien juist heel lekker licht, omdat het
Fauël- of fok-wieken zijn. |
|
Rotterdam
toen en nu |