Radio's moeten worden ingeleverd, in 1943
Vader Koster heeft alles zuinig bewaard, hij bewaarde een hele collectie documenten uit de Tweede Wereldoorlog. Zoon Bas is bewaard deze papieren ook heel zuinig; maar hij heeft ze wel voor ons gescand.
Dit is een reçu voor een ingeleverde radio uit 1943. Model Philips 720A. Inleverlokaal, de kleuterschool aan de Dalweg. De Kosters woonden destijds aan de Vlasakkerstraat, dus ver hoefden ze niet over straat met hun radio........alleen had dit bewijs ook niet veel waarde, want je hoefde er niet op te rekenen dat je de radio ooit nog terug zou zien......
|
Niet iedereen leverde zijn radio-ontvanger in; ze werden op de vreemdste en meest onverwacht plaatsen verstopt en dan illegaal beluisterd. Onderstaand een "verborgen" radio met typisch Rotterdamse connectie. Van Rossum's Troost - in meer dan een opzicht hier zeer toepasselijk. Wat opvalt, is hoe primitief dergelijke "vermommingen" eigenlijk zijn. De angst waarmede de geallieerde uitzendingen - nogmaals, illegaal - werden beluisterd is dan ook zeer begrijpelijk. |
Piet Varkevisser weet ons het verhaal te vertellen dat achter de twee voorgaande prenten schuil gaat. Wij waren gewend, voor de oorlog, naar de radiodistributie te luisteren. Daar kwam, tijdens de oorlog, verandering in. Op een dag kwam vader met een radio thuis. Op de radiodistributie waren alleen Nederlandse zenders te horen, en daar klonk regelmatig van die schetterende marsmuziek, die weer extra nieuwsuitzendingen aankondigde. Dat waren steevast berichten over overwinningen van de Wehrmacht of de Kriegsmarine. Vader noemde dat "propaganda" en wilde er niet naar luisteren. Het echte nieuws, dat kwam uit Engeland. Om dat te kunnen horen, had je een echte radio-ontvanger nodig. En die had vader nu gekocht.
De nieuwe radio kwam op een tafeltje in de slaapkamer van vader en moeder te staan. Omdat het teveel op zou vallen als we nu ineens een radioantenne hadden, gebruikte vader de spiraalverenmatras van hun bed als antenne. Daartoe maakte hij, iedere keer als hij wilde luisteren, een snoertje vanaf de radio eraan vast. Dat werkte prima.
Aanvankelijk mocht je nog wel een radio hebben, maar het was verboden om naar buitenlandse zenders te luisteren. Wel, iedere avond luisterde vader naar de Engelse zender en naar Radio Oranje. Pom pom pom pom. Het ritme van de eerste maten van Beethovens Vijfde Symfonie klinkt als aankondiging van de uitzending.
Het luisteren wordt ons door de Duitsers steeds moeilijker gemaakt, er verschijnen steeds meer stoorzenders die piep-, loei- en brubbeltonen voortbrengen en het luisteren bemoeilijken. Het blijft echter mogelijk, met moeite, de uitzendingen vanuit Londen te volgen. Tot op de dag dat de bezetters iedereen die in het bezit is van een radio, verplichten deze in te leveren. Dat was natuurlijk wat. Over de heg en op het achterpaadje wordt met de buren besproken, hoe daar onderuit valt te komen. Vader spreekt met onze buren af, dat zij hun oude zwarte ijzeren kastje maar in moeten gaan leveren. Ze hebben ook een hele goeie nieuwe, en die zouden we bij ons in de kelder in de bijkeuken laten "verdwijnen".
Vader had namelijk, direkt toen bekend werd dat radio's ingeleverd moesten worden, samen met mijn broer Jan in de vloer van de bijkeuken, naast de WC, een luik gezaagd. Steeds wanneer er niet geluisterd werd, verborgen ze de radio onder dat luik. Die van de buren stond broederlijk naast onze eigen radio.
De buren hadden hun nieuwe radio nog maar net voor het uitbreken van de oorlog gekocht. Het was een schitterende lichtbruin glimmend geverniste houten kast, met ivoorkleurige knoppen met een ingelegd gouden randje, ter weerszijden van de verlichte afstemschaal.
Een poos later kwam er een tweede oproep: mensen die hun radio nog niet ingeleverd hadden, werden daar alsnog toe in staat gesteld, zij zouden niet gestraft worden voor hun verzuim de eerste keer. Zou nadien bij controle een radio aangetroffen worden, dan werd deze onmiddellijk in beslag genomen. En er zou een zware boete worden opgelegd. Werd men betrapt op illegaal luisteren, dan werd het zeker gevangenisstraf.
Onmiddellijk besloten onze buren, ook hun nieuwe radio te gaan inleveren. Hoe vader ook op hen inpraatte, niets hielp. Zij moesten en zouden hun radio bij ons uit de kelder terug hebben, zodat ze deze alsnog in konden leveren. Tegen reçu, jawel. Op dat rottige stukje papier zouden zij dan te zijner tijd ongetwijfeld hun radio weer heel terug krijgen. Hoe komen mensen in vredesnaam zo naïef en lichtgelovig?
|