Oologsbeelden........1940 - 45 |
Een bom op s.s. "Madrid", voor de kade bij Wilton, eind 1942Het was laat in 1942 of begin 1943, dat weet ik niet precies meer. Het was woensdag, dat weet ik zeker. Het was de dag, dat er een vliegtuig op de Kruiskade neerkwam en daar een grote verwoesting veroorzaakte. Nou, op die dag werkte ik bij mijn toenmalige baas, Scheepswerf Wilton, aan de ketels van s.s. "Madrid". Dit was een Duits passagiersschip, het lag voor reparatie voor de kade bij Wilton. Tegenwoordig ligt op die plaats de Bartel Wilton-Boulevard, die eigenlijk Bolhamer-Boulevard had moeten heten, want wij noemden de jonge Bartel altijd "Bolhamertje". Maar dat is een ander verhaal, dat ik misschien nog wel es zal vertellen. |
|
Samen met twee collega's, Piet en Kees (de oudste), kregen we de eervolle opdracht om de oververhitter-pijpen te gaan trekken. Wij dus naar de stookplaat waar de stellingmakers de stellingen al klaar hadden gemaakt. We konden dus meteen er op los. We maakten de rookkast open en waren gelijk gehuld in een enorme wolk zwart roet. Zo slecht was dat allemaal bijgehouden. Goed, we beginnen stuk voor stuk die joekels van zeven-achtste moeren los te draaien. Sommige tapeinden braken af; die moest je dan uitboren, een zenuwewerk. Toen alles los was, konden we beginnen met het pijpen trekken. Weer hele ladingen roet over ons heen, afijn, je weet hoe dat ging. |
![]() |
Ik heb bovenstaand schetsje gemaakt, dan snap je beter wat ik je nu ga vertellen. Er waren vier ketels aan boord, twee in de lengte in de hartlijn en een aan stuurboord en een aan bakboord. De bakboord-ketel was nog onder stoom voor de donkeymachine. De andere waren koud. Wij werkten aan de stuurboord-ketel. Om ongeveer half vijf begon het gedonder. Wij stonden net de handen te wassen in een emmer met water, die onder de bakboord luchtkoker stond. Plotseling hoorde ik afweergeschut. Ik riep: "Kees! Ze schieten!" "Verdomme!" zei Kees, "rennen!" en wij vlogen tussen de ketels door, door de gang naar de machinekamer en daar twee steile stalen trappen op naar dek; rats over de ene loopplank. Aan boord waren zowat honderd man bezig, dus het was een gedrang van jewelste bij die loopplank. Het schieten ging onverminderd door. We renden over de "Tautmilla" naar de kade. Toen ik eenmaal aan wal was, ben ik gelijk door gerend naar de prikklok. Ik arriveerde daar precies op tijd, 5 uur, en dus ben ik gauw naar huis gegaan, waar m'n moeder me verbijsterd vroeg, wat ik nou weer uitgespookt had. Ik was nog hartstikke zwart van het roet .... me helemaal niet gewassen of zo .... |
De volgende ochtend ontdekten we, dat het een aanval met bommenwerpers was geweest op de werf. Toen we op het werk kwamen, mochten we niet naar de stookplaat van de "Madrid". Pas om 1 uur in de middag mochten we aan boord. Wat we toen zagen .... een onvoorstelbare bende, overal roet, en een bom was ingeslagen precies waar wij aan het begin van de aanval aan het werk waren geweest. Hadden we doorgewerkt, dan waren we er vast en zeker geweest. De bom was over de bakboord-ketel (in stoom) en over de midscheepse ketel heen gevlogen en op de stuurboord-ketel terechtgekomen. De rookkast was helemaal vernield en overal hingen afgerukte en losgescheurde pijpen. De schade was goed voor een paar maanden langer aan de werf. We zijn verder gegaan met pijpen trekken en tapeinden uitboren. Soms, als je geluk had, was er een goede ketelmaker-brander voorhanden. Je vroeg dan die brander of hij effe kon helpen en ze eruit branden. David was een van de besten, als die het deed, dan hoefde je alleen nog de draad er uit te trekken. Het was een rottijd. Elke keer als we aan het werk waren kregen we weer luchtalarm en dan was het weer rennen geblazen. Nou, dat rennen was ik gauw genoeg zat. Ik dacht, het moet wel een hele goeie mikker wezen als hij dezelfde ketel twee keer raakt, dus ging ik bovenop de al geraakte ketel liggen wachten, tot de aanval over was en m'n maten weer aan boord kwamen. Verder deden we alle werk op zijn sloffies, het was voor de bezetter, niet waar. Na een tijdje waren de ketels klaar en moesten ze geperst worden. Daarvoor moest je de ketel eerst voorwarmen. Dat deden we met afvalhout: oude stellingplanken en zo. Die lagen op dek en moesten naar de stookplaat. Het snelst was, om de planken door een luchtkoker te mikken. Nou moet je weten, dat ze op de twee middenketels T-profielen hadden gezet, waarop een stelling was gelegd. De stellingplanken die daarop lagen, waren nogal lang en ze staken uit tot onder de luchtkokers. Wij besloten om de bakboord-koker te gaan gebruiken om het hout van het dek op de stookplaat te gooien. Zo gezegd, zo gedaan. Kees ging naar boven en ik bleef beneden op de plaat, om te zien hoe het ging en zo nodig een seintje aan Kees te geven. Wat wil nou het geval? Aan de andere kant van de stelling tussen de ketels was er een brander "aan het werk". Het was een ouwe sjacherein van een kerel. Hij probeerde altijd zo weinig mogelijk uit te voeren en hij zat dan ook weer es lekker te soezen op die stelling, uit het zicht. Er kwam een schreeuw van Kees: "Alles vrij---?" En ik: "Jaaaaaaaa!" en whammm! daar kwam het eerste stuk naar beneden zeilen. Het raakte precies de punt van een van de stellingplanken, die gelijk opwipte. Aan stuurboord vloog dus die brander zowat een halve meter de lucht in. Hij was gelijk helemaal wakker .... hij begon daar te schreeuwen en lelijk te doen, maar toen ik was bijgekomen van de lach, zijn we gewoon doorgegaan. Na veel gezeur droop die brander af en ging ergens anders op of bij de ketel een warme plaats zoeken om verder te maffen. |
Rotterdam toen en nu |