Stichting
Historisch
Charlois
|
Opdat wij niet vergeten .....
|
| Het is ontegenzeggelijk dat de Tweede Wereldoorlog een enorme invloed heeft gehad op de levens van wellicht al onze lezers en lezeressen. We nemen hierbij aan dat het gros van onze donateurs zelf de oorlog heeft beleefd, getuige de vele reacties die we bijvoorbeeld kregen op de artikelen over de duikbootbasis in enige nummers van Ons Charlois. Maar ook zij, die kort na de oorlog het levenslicht aanschouwden, zullen zich de verhalen van hun ouders en de veelvuldige informatie in hun jeugdjaren herinneren. Elk jaar komen er rond mei de oude verhalen terug of komen er nieuwe verhalen over deze zwarte jaren bij. We realiseren ons dan weer dat de titel van dit artikel niet treffender kan zijn. Wat we via de televisie voorgeschoteld krijgen, zijn weerzinwekkende beelden van concentratiekampen, moordpartijen en walgelijke volksmennerij, waaruit weinig positiefs valt te putten. In dit mensonterende oorlogsverleden zijn het echter niet alleen de droevige beelden, die we niet mogen vergeten. Er zijn ook die mensen, die we zo gemakkelijk vergeten omdat ze geen admiraal de Ruyter heetten of Floris de Vijfde of Anton Mussert. Hun namen zijn in de geschiedenisstof verweven en komen bij herhaling terug. Maar er zijn ook minder sprekende namen van toch echte helden. Zij vormden ook een minderheid in ons land, deze mensen. Een minderheid, die we zeker niet moeten vergeten. In Ons Charlois schonken we ooit aandacht aan de heer Leendert Langstraat, een Charloisser, ter dood gebracht vanwege zijn verzetswerk. Met die bijdrage hoopten we te bereiken, dat via ons blad zijn naam weer in herinnering kwam en tevens bewaard blijft omdat, naar we hopen, onze bladen ook bewaard blijven onder de mensen of in een of ander archief, dat wellicht na jaren weer boven water komt. Via de heer A. Langerak (+) kregen wij een andere destijds nog jong en dapper mens in herinnering gebracht. Slechts 38 jaren oud liet hij het leven onder een salvo van Duits geweervuur. Zijn naam: ds. H. De Jong. |
We kregen een artikel toegezonden dat eerder in het kerkblad van de Gereformeerde Kerk heeft gestaan en voornamelijk een 'in memoriam' betrof over eerdergenoemde predikant. Een korte inleiding gaat hieraan vooraf door Ds. E.J. Duurserna en is in 1979 geschreven. Deze voorganger schrijft dat zeer waarschijnlijk een groot deel van de kerkgangers al vele malen een gedenksteen zijn gepasseerd. Deze is gemetseld in het portaal van de Bethelkerk aan de Boergoensevliet, zonder dat veel mensen beseffen hoe de geschiedenis daarvan luidt. Vooral de jongeren, die er later ver na de oorlog zijn komen wonen, zullen het fijne er niet van geweten hebben. Maar het verhaal van ds. De Jong is waard om bekend te zijn aan alle Charloissers, want eens was hij toch een medebewoner, maar vooral een voorbeeld van een echte 'naaste'. Op zaterdag 27 oktober 1945 wijdde Trouw een artikel aan hem, omdat het toen een jaar geleden was dat ds. De Jong door het geweervuur van de Duitse bezetter het leven liet. Samen met nog enige anderen werd hij gefusilleerd na een strijd voor vrijheid en recht. In het artikel worden de namen van deze anderen genoemd. Ab, Han, Erick en de heer W. v.d. Schee. (Waarom de achternamen niet worden genoemd, vermeldt het artikel niet.) Het kerkblad plaatste in 1979, 35 jaar na de droevige gebeurtenis, nogmaals het artikel van Trouw. Teneinde anderen, die het verhaal van ds. H. De Jong niet kennen, alsnog op de hoogte te stellen, vinden we het zeker waard in onze Charloisse speciale uitgave dit opnieuw onder de aandacht te brengen. |
28 oktober 1944Ds. H. De Jong, geboren 11 maart 1906, heeft zich, nadat hij van Hoek van Holland naar Rotterdam-Charlois was gekomen, terstond een plaats in het hart van de gemeente verworven. Hij sprak, zowel van de kansel als op catechisatie en huisbezoek, klare taal. Hij was zonder meer een dominee die zuiver uit roeping zijn taak op zich nam en hoog in zijn vaandel stonden de begrippen recht en gerechtigheid. Dat het Nationaal-Socialisme en de Duitse bezetting daar niet bij pasten, was hem onmiddellijk duidelijk en hij was niet bereid alles zomaar te aanvaarden. Deze radicale houding trok vooral de jeugd in die tijd aan. Zijn pastorie was een zoete inval. De jeugd, maar ook hun ouders, werden er graag ontvangen door hem en ene mevrouw Van Dorp. De moeilijkheden van die dagen werden absoluut niet gemeden en kregen er de volledige aandacht. Hij waagde het openlijk de mensen aan te manen stelling te nemen tegen de theorieën van de nazi's en hun verderfelijke methodes.
Consequent wees hij alle medewerking af aan de arbeidsdienst, arbeidsinzet in Nederland, tewerkstelling in Duitsland en het verrichten van graafwerk t.b.v. putten en paalwerken. Ondanks dat hij het al druk genoeg had met zijn werk als pastor, zag hij ook nog kans daarnaast onderduikers te plaatsen en zelfs werk voor hen te vinden. Tevens zorgde hij voor hun levensonderhoud en distributiebescheiden. Hij fungeerde ook nog als vraagbaak voor tal van illegale organisaties en was deelnemer aan de 'zwarte' centrale A.R. partij in Rotterdam. In de pastorie werden vele besprekingen gevoerd door de groep Albracht. Een der huisgenoten van de dominee, ene Cor Bijl, verklaarde zich bereid professor mr. V.H. Rutgers naar Engeland te brengen. Helaas mislukte deze gevaarlijke onderneming door motorpech. Ook bij de organisatie van het gewapende verzet was De Jong actief betrokken en zelfs het transport van wapens geschiedde ook wel eens onder zijn leiding. Het was de arrestatie van een Haagse K.P.-er, die er uiteindelijk toe leidde dat dominee De Jong gearresteerd werd, toen hij in de pastorie terugkeerde van een gebedsdienst. Met de dominee werden op 26 oktober nog twee K.P.-ers, ook aanwezig in de pastorie, vast genomen. |
| Bij de SD aan de Heemraadssingel, waar de arrestanten heen gebracht werden, moest ds. De Jong uren achtereen gehurkt zitten. Helaas en verdrietig genoeg bleek er al bij het eerste verhoor dat er verraad was gepleegd en dat daardoor het lot van de nog zo jonge predikant bezegeld was. Een van de K.P.-ers, die later vrijkwam, verklaarde dat er weinig meer te vertellen was door hen, omdat alles wat zijn groep gedaan had, nagenoeg helemaal al bekend was. Welke invloed deze krachtige predikant op zijn jonge medestrijders heeft gehad, bleek uit het relaas van een van hen. Hij verhaalde namelijk dat hij eigenlijk het geloof in God al had vaarwel gezegd, maar dat hij ds. De Jong als een instrument van God zag, die er voor had gezorgd dat hij wederom het geloof terugkreeg. Hij liet zijn ouders berichten: "Ik ga naar Hem en Hij zal mij in genade aannemen." Al na twee dagen van hevige lichamelijke foltering, afmatting en uitputting werd ds. De Jong in een auto gesleept en naar de schietbaan aan de Kralingseweg gereden. Op 28 oktober 1944 in de namiddag werd hij, samen met de K.P.-ers Ab, Han, Erick en de heer W. v.d. Schee, gefusilleerd. Ze hadden hun strijd voor recht en gerechtigheid gestreden. De overwinning hebben ze niet mogen zien. Trouw eindigt het artikel betreffende de jonge predikant met de woorden: "maar we weten, dat hij het loon van een getrouwe dienstknecht heeft ontvangen en dat hij thans de ware vrijheid geniet. Zijn nagedachtenis zal bij zeer velen en in het bijzonder bij hen, die in die jaren van strijd met hem hebben mogen samenwerken, in dankbare herinnering blijven voortleven voor het schone voorbeeld, dat hij in woord ... en daad heeft gegeven". In het begin van dit artikel werd de gedenksteen genoemd in het portaal van de Bethelkerk. We hopen dat velen in de toekomst zich de moeite getroosten er nog een blik op te werpen, al dan niet gelovig, zodat dit dode materiaal een levende steen wordt, die verhalen blijft van onverzettelijkheid en moed. Deze elementen zijn de bouwstenen voor een hernieuwde toekomst. |
| Dit artikel betrof Ds. H. De Jong, Gereformeerd predikant te Rotterdam Charlois van 3 september 1941 tot 28 oktober 1944. |
Stichting Historisch Charlois |