Herinnering van de heer
Habermehl
|
De Duitse soldaten riepen ‘Feuer’ en toen klonken de schoten....... |
Rotterdam Ieder jaar wordt in deze periode uitgebreid stilgestaan bij de Tweede Wereldoorlog. Voor Arie Habermehl hebben deze dagen een meer dan bijzondere betekenis. Op de laatste dag van de oorlog, 4 mei 1945, werd hij aangehouden door drie dronken Duitse soldaten en geblinddoekt tegen de muur gezet. Het had maar een haartje gescheeld of Habermehl had de bevrijding van Nederland één dag later niet meer meegemaakt. “ieder jaar gaan mijn gedachten weer terug naar die vierde mei in 1945”, aldus de inmiddels tachtigjarige Habermehl. “Ik was een jongen van negentien jaar en wist dat Nederland spoedig bevrijd zou worden”. Toch dreigde het op die laatste dag nog helemaal mis te lopen. Een stel dronken Duitse soldaten dreigden hem op straat te fusilleren. ‘Gelukkig liep het anders af en ik ben blij dat ik mijn verhaal in deze krant nog kan doen”. |
![]() |
Arie Habermehl |
Het verhaal begint in 1944Arie Habermehl wordt gesommeerd te gaan werken voor de Nederlandse Arbeids Dient (NAD). Een hard gelag voor Arie’s moeder, want vader Habermehl was reeds in 1936 overleden en zijn oudere broer werd in 1943 gedwongen voor de arbeidsinzet in Duitsland te werken. “Ik werd in Rhenen te werk gesteld, maar na een paar maanden wist ik met een paar anderen het kamp te verlaten. Vijf dagen heb ik gelopen om weer in onze woonplaats Hazerswoude te komen. Ik vernam al gauw dat de Duitsers naar me op zoek waren, dus naar huis kon ik niet. Gelukkig vond ik een onderduikadres en werd ik aan een vervalst paspoort geholpen. Ik heette ineens Arie van Vliet en was zogenaamd geboren in Nederlands-Indie”. Half september werd hij tijdens een razzia toch opgepakt, maar omdat de NAD inmiddels was opgeheven werd Habermehl tot zijn eigen verbazing weer vrijgelaten. “Ik werkte in die tijd bij een bakker. Het was steeds moeilijker om aan grondstoffen te komen en we moesten met lede ogen aanzien hoe de mensen het in de winter van 1944 steeds moeilijker kregen. Het was mooi toen die koude winter in april voorbij was en er steeds plaatsen in Nederland werden bevrijd door de geallieerden. Wij waren toen nog niet bevrijd maar hadden wel het geluk dat er voedselpakketten vanuit de lucht werden gedropt. Dat heeft veel mensen het leven gered”. Vervolgens brak de vierde mei aan. Een dag die Habermehl eerst vreugde bracht en daarna angst en beven. “Op die bewuste vrijdagavond waren wij op de radio naar een Engelse zender aan het luisteren. Daar hoorden we het bericht dat de volgende morgen de capitulatie van Duitsland ondertekend zou worden. We waren echt dol van vreugde, eindelijk vrij! Ik ging zo snel mogelijk naar huis om het nieuws te vertellen, maar vlak voordat ik thuis was, liep ik drie Duitse soldaten tegen het lijf. Ze waren dronken en hierdoor onberekenbaar. Ze hielden me aan, blinddoekten me en zetten me tegen de muur. Ik hoorde dat de geweren werden ontgrendeld. In een flits ging mijn leven aan me voorbij. Ik was pas negentien, morgen zou de bevrijding een feit zijn, maar voor mij was dit het einde. ‘Feuer’ klonk het commando. Ik hoorde veel knallen, maar met mij gebeurde niets. Ze hadden gelukkig niet raak geschoten. Na een minuut of vijf werd de blinddoek afgetrokken en werd ik gesommeerd het drietal naar een café te brengen. Terwijl de Duitsers zich te goed deden aan het weinige dat in het café nog voorhanden was, kon ik via de achterdeur ontsnappen. Thuis wachtte hem echter nog een onaangename verrassing. Zijn moeder had via een buurvrouw gehoord dat hij was doodgeschoten. “Ze schrok hier zo van dat ze door een dokter moest worden bijgebracht. Tot ieders stomme verbazing kwam ik op dat moment het huis binnenlopen!” Tot zijn geluk kon Habermehl zich de volgende dag toch nog in de bevrijdingsfeesten storten. Een jaar na de oorlog trad hij in dienst van de Koninklijke Marine en diende Nederland onder andere in Korea en Nieuw Guinea. |
Rotterdam toen en nu |