Oorlogsheld "Bill Smith" overleden.......
Februari 2002 - Oorlogsheld die noodlanding maakte in Rotterdam '1941' overleden
Gevangen genomen vliegeniers die in 1941 een noodlanding maakten in het centrum van Rotterdam.
Helemaal links staat White en daarnaast Smith, met de handen in de zakken.
Gevechtspiloot Eric Sydney Smith, die in juli 1941 een geslaagde noodlanding heeft gemaakt in de puinhopen van het Rotterdamse stadscentrum en daarmee het ontslag van burgemeester Oud inluidde, is in Engeland op 89-jarige leeftijd overleden. 'Bill Smith' was zijn bijnaam, het Engelse equivalent van Jan Jansen. Toch was de journalist, schrijver en gevechtspiloot geen doorsnee persoon.
Rotterdam

Het is woensdagmiddag 16 juli 1941 als Duitse artilleristen de Engelse bommenwerper van Erie Sydney 'Bill' Smith boven de Rotterdamse havens in het vizier krijgen. In de motor geschoten en met een 'nasty sinking feeling' scheert het vliegtuig van Smith met de neus omhoog en de staart naar beneden over de stadsdaken. Eén van de motoren van zijn Blenheim staat in brand. Wonderwel krijgt hij in een duikvlucht zijn ouderwetse vliegtuig in het centrum van de stad aan de grond zonder neer te storten. Daarmee redt hij het leven van zichzelf en zijn medevliegers. De neus van zijn kist komt tot stilstand tegen het kaartjesloket van de oude diergaarde nabij het Kruisplein, nadat het vliegtuig eerst ternauwernood een kerk heeft weten te ontwijken. Met alleen wat lichte verwondingen stapt de squadronleader uit zijn vliegtuig. Medevliegers officier White en sergant Caban zijn er minder goed aan toe. Caban is door de klap met zijn voeten door de voorkant van het vliegtuig naar buiten geschoten. Met een gebroken enkel komt hij niet ver. Ook White is gewond. De missie van de drie Engelsen is het bombarderen van doelen in de Rotterdamse havens.
Eerder die dag heeft een Engels squadron al bommen laten vallen op de haven en dus zijn de Duitsers voorbereid op een tweede aanval. Naast het gevechtsvliegtuig van Smith worden nog twee Engelse Blenheims door de Duitsers uit de lucht geschoten. Eén van de neergehaalde Blenheims stort voor het Ge- rechtsgebouw aan de Noordsingel in het water en vliegt in brand. Speciaal voor de gevallen Engelse vliegers is daar vlak na de oorlog een gedenkplaat opgericht, gemaakt door Wim Verbon. Smith en zijn kompanen hebben meer mazzel: zij leven alledrie nog. Eenmaal uit het vliegtuig probeert Smith de andere twee mannen van de Royal Air Force uit het verwrongen metaal los te wrikken, maar hij krijgt daar de kans niet voor. Hordes opgetogen Rotterdammers verzamelen zich al snel rond het vliegtuig en bevrijden de twee Engelsen die nog vastzitten. Volgens H. Onderwater, die het voorval heeft gedocumenteerd in zijn boek 'En toen was het stil', kunnen de piloten weinig anders doen, dan wachten op de Duitsers wanneer de ergste stofwolken zijn opgetrokken.
Sigaretje

Buiten het vliegtuig steken ze dan ook maar rustig een sigaretje op. Door de grote drukte let niemand op Smith en dus besluit hij er tussenuit te knijpen voordat de Duitsers hem te pakken krijgen. Van een omstander krijgt hij een colbertje om zich te vermommen en wat geld. Dan springt hij op een tram, maar die wil niet rijden omdat de bekabeling het door de noodlanding heeft begeven.
Hij besluit lopend naar het Amerikaanse consulaat op de Hoogstraat te gaan, maar komt er niet in: Duitsers houden er de wacht. Lang tijd om een alternatief plan te verzinnen, heeft Bill Smith niet, zeker niet wanneer een motoragent hem aanspreekt en een lift aanbiedt. De politieman brengt hem op de motor naar de Coolsingel en zet hem daar op de tram richting de oude Maasbrug. Vanaf Zuid loopt de piloot helemaal richting Barendrecht. Bij de Barendrechtse hefbrug aangekomen, op de plek waar nu een kuuroord staat, ziet hij een agent van de rijkspolitie in zwart uniform. Smith denkt dat het om een SS'er gaat.
Onderwater: "Als journalist zag hij tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn steeds zwarte uniformen rond Hitler. Toen hij de agent zag, dacht hij daarom dat het om een Duitser ging." Bill Smith vraagt daarop een Duitse soldaat in het Engels hoe hij verder zuidelijk komt. "Smith heeft me later verteld dat de soldaat hem op dat ogenblik verbaasd in de ogen kijkt, het geweer van zijn schouder laat zakken, iets in het Duits brabbelt en vervolgens zegt: 'For you, war is over'." De piloot wordt daarop teruggebracht naar Rotterdam.
Vluchten

White en Caban zijn ondertussen al bij het vliegtuig opgepakt, ondanks de joelende menigte. Later zijn , de drie naar verschillende kampen in Duitsland en Polen overgebracht. Onderwater, die als bestuurslid betrokken is bij het Oorlogs Verzets Museum Rotterdam en de piloot twintig jaar geleden heeft gesproken, weet te vertellen dat Smith er nauwlettend in de gaten wordt gehouden. "Hij stond bekend als een vluchtgevaarlijke jongen." Vluchten is hem echter nooit gelukt, ondanks verschillende pogingen. De Duitsers zijn na de noodlanding en de hulpacties van de Rotterdammers woedend op de stad. De juichende Rotterdammers worden op 16 juli nog met waarschuwingsschoten uiteengedreven, voordat de Nazi's de vliegeniers op kunnen pakken. Maar de toorn van de Duitsers is gewekt. Voor straf krijgt Rotterdam een boete van 250.000 gulden en wordt burgemeester Oud ontslagen. Op 5 april 1945 komt de bevrijding voor Smith. Na de oorlog pakt hij zijn oude werk als journalist weer op. Overal ter wereld beschrijft hij brandhaarden voor de Daily Express en later Paris Match. Hij schrijft ook nog twee boeken over het leven in de kampen. In 1975 gaat Smith met pensioen.
Rotterdam toen en nu