1e Algemene Vakschool - Putseplein - Rotterdam........ 1930/1980
|
De adjunct van nu...... |
Met het 50-jarig jubileum van onze school in het verschiet zitten we midden in de retrospectieve beschouwingen. Het was mijn vaste voornemen een uitzondering te vormen: ik kreeg n.l. de "opdracht" een artikel te schrijven over "De adjunct-nu". Al materiaal verzamelend, kwam ik echter tot de conclusie dat er, zelfs in de korte tijd dat ik adjunct-directeur ben, al heel erg veel veranderd is. Vandaar dit stukje dat niet alleen een beeld wil schetsen van een situatie,maar ook iets wil vertellen over het ontstaan van de huidige toestand. Toen het Bestuur van de Rotterdamse Vereniging voor Voortgezet Onderwijs mij m.i.v. 1 augustus 1973 aanwees als 2e adjunct-directeur, had mijn voorganger, de heer H.Menger, de zaken zo keurig achtergelaten, dat ik de functie zonder problemen kon overnemen. Bovendien moet ik hierbij beslist vermelden dat de waarnemend directrice, mejuffrouw A.Kugel, mij zeer collegiaal en heel hartelijk begeleidde bij mijn eerste schreden op het gebied van de schoolleiding. (Nogmaals: "Heel erg bedankt,juffrouw Kugel!"). De veranderingen op maatschappelijk en dus ook op onderwijskundig terrein voltrokken zich intussen in een hoog tempo : nieuwe vakken, methodes en docenten, de discussie over de Middenschool en de Contourennota, het vierjarig worden van de L.H.N.O.-opleiding en het nieuwe Eindexamenbesluit, de komst van de studenten van de Lerarenopleiding die stage kwamen lopen en de toevloed van de anderstalige leerlingen, de intrede van nieuwe onderwijsmiddelen en de introductie van een nuttig (maar tijdrovend) fenomeen als de enquête - en verslagformulieren. (wat dacht U b.v. van dertien formulieren in viervoud Examenverslag L.H.N.O. 1). Tussen al deze zaken in was je dan ook nog "decaan", mopperde je op leerlingen of troostte je juist bij groot en klein verdriet, tekende je baby-overgooiertjes af (lettend op Engelse naden en blinde zomen) en gaf je - last but not least - ook nog lessen. Toen mejuffrouw Kugel in 1976 met pensioen ging en ik per 1 augustus van datzelfde jaar benoemd werd tot waarnemend directeur, was de adjunctdirectie uitgegroeid tot een groep van drie: in 1974 was daar al bijgekomen mejuffrouw J.A.Mulder (voorheen directrice van "De Brug" en in 1976 mevrouw J.M.W.Schot-Noks. |
C.A. Beem |
Mevrouw Schot houdt zich nu in het bijzonder bezig met leerling-zaken en decanaat en dat houdt o.m. in dat zij de moeilijke, maar dankbare taak kreeg leerlingen die dreigen " uit de boot te vallen" weer te motiveren, voorlichting te geven betreffende vervolgopleidingen en contact te houden met andere scholen, hetgeen zij allemaal verricht met een moederlijk elan. De hoofdtaak van mejuffrouw Mulder ligt meer op haar eigen vak-didactisch gebied: alles wat te maken heeft met een goede organisatie van de school als groot-huishouden is bij haar in goede handen. Dit houdt echter niet in dat zij een administratief karwei uit de weg zal gaan. Bovendien heeft het I.H.N.O. haar bijzondere belangstelling en aandacht. Beide dames waren ook zeer betrokken bij de oprichting van de O.K.G. (Ouder Kontakt Groep), waarin zij nu nog altijd een functie vervullen. Hoewel de taken nu verdeeld zijn en mijn bureau intussen uitgegroeid is tot een papier-verwerkende-industrie, blijft het mijn vaste overtuiging dat de hoofdzaak is van een ieder die in het onderwijs werkzaam is - welke functie men daarin ook bekleedde blijven beseffen dat we een beroep hebben waarin het contact hebben met mensen op de eerste plaats dient te staan. Terugblikkend kan men echter stellen dat - ondanks de veranderde taak van de waarnemende adjunct directie - de instelling de mens centraal te stellen in beleid en benadering nog net zo zwaar weegt als 50 jaar geleden. En om op de actualiteit terug te komen: ik wens ieder die dit leest toe dat hij of zij over 50 jaar nog net zo actief en energiek mag zijn als onze jarige Vakschool nu! C.A. Beem |
Rotterdam toen en nu |