1e Algemene Vakschool - Putseplein - Rotterdam........ 1930/1980
De fluwelen handschoen van de herinnering........

Zaten wij werkelijk "op fluweel" die eerste kwart-eeuw van het bestaan van onze school?

Dat lijkt onmogelijk.

Het was heel kort na de oorlog en de textielmarkt produceerde op z'n best ongebleekt katoen op-de-bon. Dit voor het letterlijke. En dan tóch - figuurlijk - dat idee te hebben dat je d'r op fluweel zat. Eén van die dingen die een mens later voor raadselen stelt.

Als ik heel eerlijk mag zijn en U het mij hopelijk niet kwalijk wilt nemen: er was eigenlijk verbazend weinig goeds van die school te zeggen. Een lang, laag, houten schoolgebouw waar geen enkele architect, maar wel de hele crisis van de dertiger jaren zich op uitgeleefd had. Toen het later, in '64, werd opgeruimd moet de schroothandelaar er de strop van z'n leven aan hebben gehad.

Maar er is waarschijnlijk niemand voor gevonden.

Het essentiële ontbrak echter niet: zo'n 700 leerlingen vlak je met het grootste vlakgom nog niet uit en die ruim 35 leerkrachten haalde je ook met een king-size wisser nog niet van de borden af.

Zij waren de inhoud, beter: het hart en het merg van de school en zij waren in hun hoedanigheid wat wij tegenwoordig "eerlijk" zouden noemen.

Het is een prettig modewoord uit de advertenties. U kent dat wel: "eerlijk" hout van een stoel, "eerlijk" leer van een bank, "eerlijk" katoen van een shirt. Enfin, eerlijke leerlingen, die daar toch meestal wel iets zaten te leren van hun eerlijke leerkrachten, die er oprecht plezier in hadden. Ja, nu kom ik op glad ijs en we houden het graag prettig op deze feestdag.

Materiële schaarste alom dus in die eerste kwart-eeuw, maar er waren er zó weinig die het breed konden laten hangen, dat het geen pijn deed en niemand morde.

Persoonlijk was ik zelfs geweldig geïmponeerd door dit geheel van gangen, bellen, kritische meisjesogen en toch wel geolied lopende organisatie.

Als iedere sollicitant was daar ook bij het eerste gesprek met de directrice, mejuffrouw A.T.Stüvel, de eerste blunder van jewelste: "Hoeveel en welke vreemde talen, juffrouw Stüvel?" Het bleek dat alleen het Nederlands óók toen al voldoende knelpunten opleverde om ons jarenlang voor broodgebrek te behoeden.

Nauwelijks beter was het gesteld met het rekenen, behalve tellen, want dat is ons Nederlanders als koopmansvolk aangeboren.

Alleen, dat kon ik niet en er moest daar wat afgeteld worden in die klassen: boekjes tellen, schriften tellen, kroontjespennen en schoolgeld tellen. Het was een tekortkoming mijnerzijds die niet te camoufleren viel. Ik viel altijd door de mand met te veel schoolgeld en te weinig kroontjespennen. Ik was ook te lang uit Nederland weggeweest om nog ooit goed bijgeschoold te kunnen worden. Maar dat was het eerste en toch wel moeilijke jaar.

Na drie jaar, telkens als ons aan het eind van de maand het salaris (in kontanten) werd uitbetaald, dacht ik: "En dat ik er nog geld voor krijg ook!" Ik geef toe dat 't een beetje dubbelzinnig klinkt. Nee, zó slecht was ik nou ook weer niet. En het klinkt ook duurder dan ik me zou kunnen permitteren, maar voor mij was die school een beetje het eigen huis geworden en om dat aan kant te krijgen word je ook niet betaald. Dat is: je een eer en een genoegen.

Misschien moest je uit een jappenkamp zijn gekomen, waar iedereen alleen maar overleven wou, dat de welgemeende en hartelijke belangstelling van de velen hier me zo trof.

Als ik litterair zou willen doen dan had ik boven dit stukje geschreven: "Van de ijzeren handschoen van Hirohito naar de fluwelen handschoen van Aad Stüvel".

Maar de eerste handschoen is door de Amerikanen al uitgetrokken en de laatste door de pensioengerechtigde leeftijd.

Geen grote woorden meer nu.

Wel dit: ik blijf in het krijt staan bij deze school en bij deze directrice.

En dat is dan het enige krijtje dat ik bewaard heb!

M.J.P. Warmenhoven-Walrave
Rotterdam toen en nu