1e Algemene Vakschool - Putseplein - Rotterdam........ 1930/1980
|
En zo is het begonnen..... |
Vóór 1930 waren er in Rotterdam twee soorten "huishoudscholen": de Industriescholen (opleiding tot huisnaaister) en de "Scholen voor Vrouwenarbeid" (opleiding tot dienstmeisje, kindermeisje etc.) In 1929 nam Suze Groeneweg, destijds Gemeenteraadslid in Rotterdam, het initiatief tot oprichting van een school, die deze opleidingen combineerde en de leerlingen een voor die tijd een veelzijdige ontwikkeling wilde geven: 9 uur algemeen vormend onderwijs, 9 uur naaldvakken, 9 uur huishoudelijke vakken. Dat idee vond weerklank en op 2 augustus 1929 werd de "Vereeniging voor Nijvenheidsonderwijs voor Meisjes" opgericht, die op 1 maart 1930 de "Algemeene Vakschool voor Meisjes" opende. Het bestuur bestond van elk der genoemde verenigingen - gezien hun ervaring met dat soort onderwijs - en 3 leden benoemd door en uit de Gemeente door Rotterdam. Voorzitter werd mr J.Drost, secretaresse mevrouw W.Nielsen-Booij (zeer snel opgevolgd door mevrouw G.J.Brevet-Hoetink) en penningmeester ir N.Th.Koomans. Zij en ook de andere bestuursleden hadden veel belangstelling voor het onderwijs en gaven hun tijd en aandacht aan de ontwikkeling daarvan. Er bestond echter in die tijd een grote afstand tussen HET BESTUUR en wat wij nu de "werkers in het veld" noemen. Met de directrice was er regelmatig contact, met de leraressen nauwelijks en met de leerlingen totaal niet. Het contact met de leraressen bestond hieruit, dat enkele "bestuursdames" regelmatig op school kwamen en in de kamer van de directrice en in de naaldvaklokalen de gemaakte werkstukken bekeken en controleerden. Als er iets aan mankeerde kwam er een speld of een briefje op! Wat er in de kooklessen werd gepresteerd werd ook geproefd: de conciërge ging met een soort bakfiets enkele bestuursleden af en bracht een pannetje soep, een "toetje" etc. om te laten keuren! Dit alles speelde zich af vóórdat ik op school kwam, maar in 1946 was mr. Drost nog steeds voorzitter en mevrouw Brevet secretaresse, wel een bewijs hoezeer zij het onderwijs en onze school in het bijzonder toegedaan waren. Bestuursvergaderingen werden slechts enkele malen per jaar gehouden en dan werden alle ingekomen en uitgaande stukken voorgelezen! Nadat de heer Drost in 1954 was overleden werd mr J. Blom onze voorzitter. Ook hij was, juist als zijn voorganger, sterk doordrongen van de grote behoefte aan en de sociale betekenis van dit soort onderwijs. De verhoudingen waren toen al heel anders geworden: het bestuur belegde "contactavonden" met het doel de docenten wat beter te leren kennen. Mevrouw L.G.Touw-Weydung, gedurende 16 jaar secretaresse, kwam regelmatig in de school, ging de klassen door, kende heel veel van de docenten. Helaas moest de heer Blom in 1959 zijn functie neerleggen. Mr A.R.Jolles werd zijn opvolger. Aan zijn volharding en doorzettingsvermogen hebben wij onze nieuwe school te danken. Het oude houten keetje - nu door velen nostalgisch herdacht! - had naast veel sfeer en intimiteit ook talloze gebreken: lekkages, vermolming van het hout, verzakkingen van de vloeren, ratten, muizen etc. Het gebouw, dat ons in 1930 voor slechts 10 jaar was toegedacht, moest vervangen worden. Maar op het Ministerie van O. en W. luidde óók toen het parool "Geen geld!". Totdat de heer Jollest op bezoek bij "Bouwzaken" aan het bureau van de hoogste baas ging zitten met de woorden" Hier zit ik nu en U krijgt me niet weg voordat ik Uw toestemming voor de nieuwbouw in m'n zak heb!" En het lukte. Helaas overleed mr Jolles in 1974. Zijn functie werd gedurende 2 jaar overgenomen door ir J.Rotgans, die op zijn beurt werd geconfronteerd met nieuwbouwplannen: die voor de 2e Algemene Vakschool. Sinds 1976 heeft mevrouw N.v.d.Horst- van Borselen het heft in handen. Ik laat haar graag het woord over de tegenwoordige taak van het bestuur, maar niet voordat ik - mede namens mejuffrouw Stüvel en mejuffrouw Geel - heb gezegd het bestuur heel dankbaar te zijn voor de bijzonder prettige samenwerking. Gedurende mijn 35 jaren is er nooit een wanklank geweest. Hetgeen zeer gewaardeerd is en óók wel eens gezegd mag worden. H. Buijten |
H. Buijten |
Rotterdam toen en nu |