1e Algemene Vakschool - Putseplein - Rotterdam........ 1930/1980
|
DE CONCIERGES VAN 1980..... |
Bij een jubileum is het maar al te vaak een zaak van omzien in verwondering of vooruitblikken vol verwachting. Men kan zich beter tot de toestand van het moment bepalen. Voor de conciërges van 1980 zeker, omdat zij er nog niet zo heel lang zijn. De heer C. Hol (59) trad op 10 november 1972 in dienst van de vereniging, de heer J.J. Landsbergen (49) pas op 1 december 1976. Voor hen is de Vakschool de school - van - nu! Beiden zijn ook niet hun hele leven als conciërge werkzaam geweest, de heer Hol werkte 29 jaar bij dezelfde baas als granietwerker terwijl ook de heer Landsbergen in de bouw als tegelzettermetselaar actief was. Gevraagd naar hun positie in de school - ergens tussen wal en schip of tussen docenten en leerlingen - geven ze beiden volmondig toe, zich hier helemaal geïntegreerd te voelen. Ze horen er hier helemaal bij! In dit verband zegt de heer Hol: "De ene keer houd je eens een boze vader van het lijf van een docent, de andere keer bemoedig je eens een leerling die in zak en as zit vanwege het examen". De heer Landsbergen deelt deze mening. Hij is vooral te spreken over de vaste kern van docenten, die nogal eens een praatje komt maken in de "portiersloge" zoals het conciërgehokje het best kan worden aangeduid. Zulke contacten binden, volgens de heer Landsbergen. Aan de heer Hol - met zijn ruim zeven jaar ervaring - toch nog even een vraag om in het (recente) verleden te duiken. "Vindt U de leerlingen en docenten van nu anders dan in 1972?" Hij hoeft er niet lang over na te denken. "De leerlingen zijn veel vrijer geworden, ze luisteren veel minder. Tegen de docenten kijk je nu niet meer op, dat komt ten dele ook omdat er tegenwoordig vooral jonge docenten aan de school verbonden zijn. Neem nu vroeger mevrouw Timmerman of wijlen de heer Runge, dat waren geweldig fijne mensen, maar je keek er als een berg tegenop. Daar had je echt ontzag voor!", antwoordt hij ononderbroken. |
De heer Landsbergen wil vooral naar voren brengen, dat de leerling hier, ondanks het feit dat hij een veel te grote mond heeft, wel "recht voor zijn raap" is. Ook over de vraag wat het leukste en het vervelendste van hun werk is op de le Algemene Vakschool - ja, slik de rest van de vroegere naam maar haastig in - hoeven de conciërges niet al te lang na te denken. De heer Landsbergen: "Het is zo leuk, dat je hier zo gewaardeerd wordt. Al hang je maar een schilderijtje op, dan maak je iemand blij. Na mijn afkeuring in de bouw, kan ik hier nog zo prettig meedraaien. Je hebt hier echt het gevoel dat je medezeggenschap hebt" Ook voor de heer Hol is de persoonlijke sfeer hier het fijnst: "Geen verjaardag gaat hier, ondanks de grootte van de school, ongemerkt voorbij en waar vind je dat nu anno 1980 nog!" Opmerkelijk is ook de eensgezindheid ván de conciërges, wanneer het minst aangename van hun werk ter sprake komt. De terreur in de buurt, de vele gesneuvelde ruiten, de gestichte branden en de frequent voorkomende inbraken vormen een voortdurende bron van ergernis. Om nog maar te zwijgen over de jongens, die ieder moment van het plein gejaagd moeten worden. Het gesprek krijgt veel meer diepte als de conciërges zich uiten over de beroerde achtergrond van vele leerlingen. Er speelt zich heel wat af in bepaalde gezinnen; op school moeten de kinderen desondanks toch weer mee in het schoolritme. Dat kan nogal eens spanningen oproepen, het zijn symptomen van de steeds agressiever wordende maatschappij. Maar ook op dit vlak staan de heren Hol en Landsbergen hun mannetje. Manusje-van-alles: politie-agent (de echte laat het volgens de heer Landsbergen meestal afweten), sociaal-werker, verpleger, automatenreparateur, schilder, postbezorger enz.enz. Maar ze vormen een schakel in het grote geheel, want een school met orde loopt ook in 1980 nog het best! Klaas Schipper |
Rotterdam toen en nu |